Om elf uur krijg ik al honger. Ik zet mijn horloge op Finse tijd, en constateer dat het restaurant om twaalf uur wel open mag gaan. Deze redenering blijkt perfect te kloppen, en voor 120 Zweedse kronen kan ik me volstrekt voleten. Het buffet op deze veerboten blijft onovertroffen. Daarna is het wel aangenaam om even te kunnen gaan liggen. Maar niet te lang, want dan komen we aan in Åland. Direkt naast de haven ligt een pretpark. De Silja komt even later ook aanvaren, en moet zich met veel moeite om onze boot heen achteruit naar de kade manoevreren. Wanneer hij eindelijk ligt varen wij weg. Een onderling pesterijtje? Het is bekend dat deze twee elkaar op leven en dood beconcurreren. Even later komen we de boten richting Stockholm tegen.
Tot nu toe was het bewolkt weer, en tamelijk koud. Maar om vijf uur breekt de zon door. De laatste uren van de bootreis zijn schitterend. Bij het invaren van de haven van Turku komen we een replica (denk ik) van een oud zeilschip tegen. De trein van Turku naar Tampere die ik neem blijkt doorgaande rijtuigen naar Rovaniemi te hebben. Dat stond niet in het spoorboekje buitenland van Zweden! Daarom moet ik tot middernacht in Tampere wachten. Bij aankomst in Tampere rijdt net een vorige trein naar Rovaniemi weg, met forse vertraging.
In Kemi hang ik uit het raampje, om te zien of mijn reisgenoten soms erg vroeg uit hun bed zijn gevallen. Kennelijk niet. Om elf uur ben ik in Rovaniemi. Daar wordt ik onverwacht verwelkomd door Antti Valmari, die ik in februari in Tampere heb leren kennen. Ik wist dat hij Midzomer bij zijn ouders in Rovaniemi zou vieren, en heb zijn telefoonnummer, maar we hadden verder niets afgesproken. Hij is speciaal gekomen om me te wijzen op de mogelijkheid van een rondvlucht boven Rovaniemi, morgen. Hij biedt aan me even naar de jeugdherberg te rijden, maar die is tot vijf uur dicht. Dan rijden we door naar Ounasvaara, de heuvel waar vanavond het midzomerfeest gevierd gaat worden. Na van het uitzicht genoten te hebben, zet hij me af bij het station. Niet lang daarna komt de trein met mijn reisgenoten aan.
Gezamenlijk door Finland.
's-Ochtends blijkt er onderweg nog een zesde passagier bij te zijn gekomen.
Ik heb kennelijk vast geslapen. Wanneer ik naar buiten kijk, zie ik
enkelspoor. Dat betekent dat we Uppsala nog niet voorbij zijn, en dat we dus
een forse vertraging hebben. Inderdaad komen we bijna een uur te laat in
Stockholm aan. Naar mijn aansluiting kan ik natuurlijk fluiten. Dat geeft
niet, met de volgende trein haal ik het ook. Nu kan ik alvast wat proviand
inslaan.
Ik kan wel mijn reservering omruilen voor een toeslagbewijs, maar geen nieuwe
zitplaats meer reserveren. Aangezien reserveringen niet in de trein worden
aangegeven, betekent dit stoelendans. Uiteindelijk moet ik twee keer
verhuizen. De trein waar ik nu in terecht kom heeft problemen met de
locomotief. Op Riddarholmen stoppen we, en rijden zelfs een paar meter
achteruit. En dan te bedenken dat Riddarholmen de bottleneck van het
Zweedse spoorwegnet is, waar ze absoluut niet willen stoppen. En al helemaal
niet in het spitsuur. Uiteindelijk komen we met ruim een kwartier vertraging
in Laxå aan. De aansluitende boemel is zo verstandig geweest te wachten: op
twee na al zijn passagiers komen uit deze Intercity. Met de dienstregeling
geeft het geen probleem: die bevat een stop van 25 minuten in Mariestad.
Zou die Intercity soms regelmatig te laat zijn?
In Lidköping verlaat ik het boemeltje. De kerk staat geheel in de steigers,
maar het oude raadhuis op het plein ziet er mooi uit. Er is nu een café in
gevestigd, waar ik van een kop warme chocola geniet. Dan wordt het tijd de
bus naar Skara te nemen. De buschauffeur weet waar ik moet uitstappen voor de
jeugdherberg. Die is niet moeilijk te vinden. De deur is open, maar de
receptie is kennelijk tot vijf uur gesloten. Ik zie verder niemand.
Typisch Zweeds om dan de deur niet op slot te doen. Ik besluit er ook maar op
te vertrouwen dat het hier veilig is, en laat mijn rugzak achter, met een
briefje erop dat ik graag een bed wil hebben.
Via de kathedraal - Skara was de eerste bisschopszetel van Zweden - loop ik
naar het station. Hier komt alleen nog maar de
museumlijn. Voorlopig gaat mijn trein nog
niet, dus ik loop door naar het spoorwegmuseum, annex depot van de lijn.
Op de draaischijf staat een loc onder stoom, die kennelijk de twee slagen van
die avond gaat rijden. Verder staan er nog een paar rijtuigen die op de
Roslagsbana hebben gereden.
Een tijdje later rijdt de locomotief die ik eerder zag met een gemengde trein
het station in. Het loket gaat open, en ik koop een treinkaartje en enkele
ansichten. Tender-voor rijden we naar Lundsbrunn. Het trajekt is grotendeels
kaarsrecht. De stoom blijft tussen de bomen hangen. In Lundsbrunn loopt de
loc om, en zo rijden we weer terug. Boven me zie ik steeds donkerder wolken.
Om kwart over zes zijn we weer in Skara. Ik eet bij een Chinees op het plein.
Daarna loop ik terug naar de jeugdherberg. Net voor ik binnen ben barst het
onweer los. Gelukkig hebben ze inderdaad een bed voor me, zelfs een hele
kamer. Tevreden luister ik naar het onweer buiten. Deze jeugdherberg bevalt
me prima: typisch Zweeds met veel blank hout. Op een kaart zie ik dat hij
precies op een voormalig tracé van de spoorlijn naar Lundsbrunn ligt.
Skaraborg
In Östersund laat ik Maarten, Twan en Marco achter met het adres van een
(hopelijk gereserveerde) jeugdherberg. De Inlandsbana heeft alle vertraging
eruit gereden, dus ik heb nog tijd om een reservering voor morgenochtend te
maken, die ik eerder was vergeten. Bij het loket koop ik ook nog een
kwartetspel met spoorwegmotieven. De trein uit Storlien is een kwartier te
laat. Er wordt één slaaprijtuig aangekoppeld. Ik heb een ligplaats in een
coupé die ik deel met een gezin met twee kinderen.
Bergslagen
De volgende ochtend neem ik de bus van Skara naar Skövde. Daar hebben ze ter
ere van de X2000 een schitterend Resecentrum gebouwd. De trein naar Laxå is
voor de verandering eens op tijd. De drie minuten overstap in Laxå lukt dan
ook, zoals een voetnoot in het spoorboekje al beloofde. De railsbus zit goed
vol. Reserveren was eigenlijk verplicht, maar dat was me ondanks een aantal
telefoontjes niet gelukt. Deze railsbus wordt namelijk niet door de SJ
gereden, maar als toeristische attractie door
"Sommartåg i Bergslagen".
Gelukkig zijn er nog vijf plaatsen vrij.
In Svartå maken we een extra stop, op verzoek van een grootmoeder met haar kleinkinderen. In Kristinehamn keren we: we verlaten de SJ sporen en rijden het zuidelijkste deel van de Inlandsbanan op. In Nässundet maken we een koffiestop. Er komt een groep mensen aanlopen over de rails. "Horen die ook bij ons?", vraagt de conducteur. Nee, ze blijken van een boot te komen. Via Daglösen rijden we door naar Filipstad. Dit is de enige trein die nog naar Filipstad rijdt: de andere keren in Daglösen. In Grythyttan stappen de meeste passagiers uit: zij hebben een pakketreisje geboekt met een rondleiding door de plaats, een maaltijd, en de trein terug.
De achterblijvers rijden door naar Grängesberg. In Ställdalen komen we op het SJ-spoor, maar dat betekent niet dat het nu harder gaat: het spoor ligt er slecht bij. In de zomer zal het paralelle TGOJ-spoor nog éénmaal gebruikt worden, terwijl de SJ-sporen worden opgeknapt. Tussen Grängesberg en Ludvika is dat al gebeurd, en daar kunnen we nog even doorscheuren. Mogelijk blijven de TGOJ-sporen liggen voor toeristen op railfietsen.
In Ludvika heb ik even de tijd om een ijsje te kopen, voordat mijn boemeltje naar Västerås binnenkomt. Het is een X10, electrisch dus. Hetzelfde materieel wordt ook op de voorstadslijnen van Stockholm gebruikt. Daar is een stugge vering te verdedigen, maar op deze slechte rails ben ik er minder blij mee. De trein zit ook nog vol graffiti, een zeldzaamheid in Zweden. Kennelijk is het het werk van één dader, met uiterst weinig fantasie.
In Västerås wordt druk gebouwd. Er zijn maar twee perronsporen beschikbaar.
Al het treinverkeer naar Stockholm is vervangen door bussen. Naar Uppsala
rijden wel treinen, en niet de minste: X2-2. Dat is een kortere variant op de
X2000, met wat minder comfort (zoals een 2+2 opstelling in de 2e klasse),
maar desalniettemin uitstekend. Deze trein rijdt een merkwaardige route:
Örebro-Mjölby-Katrineholm-Västerås-Uppsala. Bovendien rijdt hij tussen Mjölby
en Norrköping, en tussen Västerås en Sala, een stoptreindienst. Deze dienst
is net nieuw; sommige stations zijn niet meer dan een houten noodperron.
Om kwart voor zes kom ik aan in Uppsala. Boodschappen doen, een wasje
draaien, de post bekijken - midden in je vakantie even thuiskomen is een
merkwaardige ervaring. Ik moet ook weer vroeg op: mijn reisgenoten zal ik
ontmoeten op het station van Gävle.
Het spoorwegmuseum aldaar ligt anderhalve kilometer van het station.
Naast TGOJ materieel in het museum staat er een rij SJ stoomlocs klaar voor
de sloop (of de verkoop, maar dan moeten ze niet al te lang zo blijven
staan). Op het kantoortje van de VVV mag ik een paar jeugdherbergen bellen.
Nora, waar ik had willen overnachten, sluit al om zeven uur, en dat haal ik
niet. Lindesberg ligt drie kilometer van het station, zonder bus. Örebro
is in gesprek, maar ik gok het erop.
Op het station van Örebro bel ik nog eens, met de laatste tikken van een
telefoonkaart van Oud-en-Nieuw; ze hebben plaats. Ik moet bus 11 hebben,
maar die vertrekt niet van het station. Net als in Uppsala blijken de bussen
in Örebro ergens in het centrum te verzamelen. Wanneer ik het busstation
gevonden heb, rijdt alles net weg, en heb ik veertig minuten om het slot te
bekijken. Er is veel volk op straat, zo te zien een hengelwedstrijd in de
slotgracht. Bus 11 kronkelt door half Örebro, en ik ben nog maar net voor
negen uur (sluitingstijd) binnen.
De volgende ochtend neem ik de bus terug naar het centrum, en vandaar naar
Nora. Dat plaatsje heeft een aardig dorpsplein, waar de kerk staat. De
jeugdherberg blijkt te bestaan uit rijtuigen op het station, de receptie is
tevens VVV-kantoor. Maar ik kom natuurlijk voor de
museumlijn.
Ik neem de trein via Järle, met het oudste nog bestaande stationsgebouw
van Zweden (1854) naar Ervalla. Dat ligt aan de SJ-lijn, maar ons treintje
rijdt niet verder dan het inrijsein, dat hardnekkig op rood blijft staan.
Om onduidelijke redenen kreeg ik een apart kaartje voor Järle-Ervalla.
Terug in Nora ``stap ik over'' op de trein naar Pershyttan, die uiteraard met
hetzelfde treinstel wordt gereden. De aftakking naar Pershyttan ligt wat
eigenaardig, zodat we op de vrije baan moeten keren. In Pershyttan heb ik net
genoeg tijd om even naar het enorme waterrad te lopen. Dan rijd ik terug naar
Nora, en met de bus naar Örebro. Daar haal ik de geplande krappe overstap
op de trein naar Hallsberg, waar ik een wat ruimere overstap heb op de trein
naar Karlstad.
De overstap in Karlstad is wel heel ruim, zodat ik even naar de oever van
het meer Vänern loop. Daarna neem ik het railsbusje naar Torsby. Op het
centrale plein is de VVV nog net open. Er is geen jeugdherberg en er zijn
maar twee hotels. Het goedkope is vol. Het dure kost me 450 kronen, inclusief
diner en ontbijt. Het diner is een buffet, maar helaas lang niet zo goed als
op de boot.
De laatste dag van mijn vakantie begin ik met een rit van Torsby terug naar
Kil. Daar heb ik twee uur de tijd. Behalve een locomotievenloods met een
stoomloc is er weinig te beleven. Op het perron werk ik mijn verslag bij.
Af en toe komt er een goederentrein langs. Tenslotte komt mijn trein naar
Åmål binnen.
In Åmål breng ik een bliksembezoek aan het spoorwegmuseum, 500 meter
van het station. In tien minuten wordt ik rondgeleid langs drie stoomlocs en
een paar diesels. Dan moet ik terug naar het station voor de bus naar
Bengtsfors. Daarvandaan kun je ``spoorfietsen'' naar Arvika, maar ik neem de
trein de andere kant op, naar Mellerud. Deze lijn is wordt gereden door de
DVVJ, wat tegenwoordig staat voor ``De Vackra Vyarnas Järnväg''
(de mooie uitzichten spoorlijn). Ze maken hun naam waar. Onderweg koemn we
langs een beroemd punt, waar de spoorweg loopt over een brug over een
aquaduct over een stroomversnelling. Er vaart net een boot langs.
In Mellerud, waar ik weer op de SJ overstap, komt een goederentrein
langs met twee Deense NoHaBs, op weg naar Kil-Ludvika. In Oxnered moet ik
overstappen. Dit is een merkwaardig station: een soort dubbelsporige Engelse
wissel, met hier en daar perrons erlangs. De trein naar Vänersborg is een
splinternieuwe X14, met een 2+3 stoelopstelling. De lichtkrant heeft nog wat
kinderziektes en houdt stug vol dat dit de trein naar Borås is. Aan de
buitenkant is deze aanduiding afgeplakt. Het station van Vänersborg ligt
mooi aan het water (Vänern, uiteraard).
Na een laatste pauze komt de X12 naar Herrljunga. Daar komen rond zes uur 's
avonds treinen uit vijf richtingen aan. Het is warm in de IC naar Stockholm.
Daarom kies ik in de restauratie voor een salade van gehaktballetjes met veel
komkommer en tomaat. Bij Älvsjö, vlak voor Stockholm, beginnen we
langzaam te rijden, en worden we zelfs ingehaald door een locaaltje.
Kennelijk zit de lijn bij Riddarholmen weer eens vol. Links steekt een
luchtballon zwart af tegen de zonsondergang, rechts is de volle maan net op.
Zweden is mooi.
West Zweden
Voor de derde keer in deze vakantie moet ik vroeg m'n eigen bed uit: ik neem
de trein van 7.17 naar Borlänge. Daar stap ik over op het dieseltje naar
Malung. In Vansbro kruist deze lijn een stuk van de Inlandbana dat nu niet
meer in gebruik is. In Malung houdt de lijn op, en keer ik terug naar
Borlänge, waar ik overstap voor Grängesberg.