\input{preamble} Nieuwsbrief uit het Hoge Noorden\\ \vspace{0.3cm} \large 1995, nummer 2. \end{center} \normalsize \vspace{0.3cm} Beste allemaal, Hier is alweer de tweede nieuwsbrief uit het Hoge Noorden. Hij begint net als de eerste in de vorm van een soort dagboek, maar omdat ``gewerkt, gegeten, TV gekeken, geslapen'' nou niet direkt interessant is, worden de gaten steeds groter, en de data steeds vager. Maandag 9 januari. Inderdaad staat om kwart over zeven de schilder voor de deur. Hij is er niet blij mee, dat het parket dinsdag en woensdag geslepen gaat worden: dan kan hij twee dagen de woonkamer niet in. Ik had voor vanochtend de boor besteld, maar nu de schilder er is, heeft dat niet zoveel zin. Ik bestel hem voor 20 januari; dan is hopelijk de schilder klaar en heb ik hem het hele weekend. Daarna haal ik in de stad mijn gordijnen op. Per 1 januari is de toegelaten overstaptijd op een buskaartje 90 minuten (was 60), zodat ik op \1\ knip op en neer kan. Thuisgekomen wacht ik op de man die de wasmachine komt aansluiten. Die komt zoals afgesproken rond lunchtijd. Eerst sluit hij probleemloos de stroom aan. Dan kijkt hij eens naar de wateraansluiting, maar heeft niets passends bij zich. Morgen komt hij daarvoor terug. De afvoerslang moet ik maar in het bad hangen. Dinsdag 10 januari. Na de schilder binnengelaten te hebben ga ik naar de universiteit. Bij thuiskomst is de wasmachine aangesloten. Aan het parket is niets zichtbaars gebeurd. Ik zit zolang met alle meubels in de logeerkamer. De TV staat op het bed---dan haalt de coax-kabel net de aansluiting. Er is ook een telefoonaansluiting in de logeerkamer. Woensdag 11 januari. Ik sta weer vroeg op, maar geen schilder. Misschien omdat vandaag echt aan het parket gewerkt gaat worden. Dat ziet er 's-avonds inderdaad weer als nieuw uit. De afgelopen dagen heeft het licht gedooid, zodat de sneeuw bijna weggesmolten was. Nu begint het weer te vriezen, zodat de sneeuwresten zijn veranderd in glad ijs, met daarin bandensporen. Er is haast niet op te fietsen. Donderdag 12 januari. Weer geen schilder. Bij thuiskomst vind ik een briefje, dat ik morgen meubels om het parket mag zetten, en volgende week, als de lak echt helemaal droog is, tapijt mag leggen. De rekening voor het aansluiten van de wasmachine is er ook: meer dan 1000 kronen! Vrijdag is het de dertiende. Dus geen schilder. Als hij er maandag weer niet is ga ik navraag doen bij UppsalaHem. Zaterdag is het erg somber weer. Er valt een pak sneeuw, zodat de fietspaden nu weer beter(!) begaanbaar zijn. Zondag 15 januari. De sneeuwbuien zijn overgewaaid en de zon schijnt. Tijd voor een eerste verkenning van de omgeving. Met een vers filmpje in mijn camera ga ik op stap. Voorbij het winkelcentrum ligt een dal, waarin grondmist hangt. Langlaufers volgen het dal; ik steek het dwars over, en kom uit in een bos. Het is een klein natuurgebiedje met uitgezette wandelingen, ongeveer anderhalve kilometer van mijn huis. Na een klein villawijkje kom ik bij de oever van een uitloper van M\"{a}laren, het grote meer ten westen van Stockholm. Ik volg de oever tot Skarholmen; er loopt een dam naar dit eiland. Links en rechts van de dam is de jachthaven. Op het eiland ligt een restaurant, maar dat is dicht. Ik fiets verder naar de monding van Fyris\aa n, het riviertje dat door het centrum van Uppsala stroomt. Volgens een bord bij de brug ligt verderop weer een natuurgebied, waar landbouw beoefend wordt zoals in de 17e eeuw in Zweden gebruikelijk was. Daar ga ik een andere keer wel eens kijken. Langs Fyris\aa n fiets ik naar het noorden, in de richting van het centrum. Al vrij gauw kom ik bij een heuvel. Bovenop de heuvel ligt een restaurant, Sunnerstastugan, waar ook ski's verhuurd worden. Kinderen kunnen in een grote rubberband naar beneden glijden. Hier eet ik mijn lunch, met uitzicht op de sneeuwpret. Daarna rijd ik verder naar het centrum. Op sommige plaatsten is het fietspad langs de rivier erg slecht begaanbaar. Ik kom uit bij Islandsbron. Vanaf deze brug en stuw vertrekt 's-zomers de boot naar Skokloster. Dat was het uitje van de conferentie Concur'94, die ik bezocht. Vanaf de brug zie je het slot van Uppsala mooi op de heuvel liggen. Maandag 16 januari. De schilder blijkt drie dagen verkouden te zijn geweest. Maar een snelle werker is hij niet: uiteindelijk is hij pas op 26 januari klaar. Ik kan de 20e wel al het \1\ en ander ophangen, maar ik moet in februari de boor nog een keer huren om alles af te maken. Met name blijkt, dat ik zelfs met die boor niet in het plafond van de woonkamer kan boren. Voor het ophangen van de gordijnen moet ik dus iets anders verzinnen. (Noot uit de toekomst: inmiddels hangen de gordijnen. Ik heb voor de zithoek een kleed gekocht dat er goed bij past. Nu heeft de woonkamer tenminste niet meer die badkamerakoustiek.) In deze week word ik ook opgebeld door m'n verzekeraar: of ik ge\"{\i}nteresseerd ben in een soort belegging/verzekering. Dat komt goed uit: niet dat ik mijn geld in Zweden wil gaan beleggen, maar ik laat me het Zweedse belastingsysteem eerst maar eens uitleggen. Hun conclusie is ook dat ik mijn geld voorlopig beter in Nederland kan laten. (Noot uit de toekomst: dat was goed gezien, eind januari was de kroon nog 23 cent waard, dat is inmiddels gezakt tot 21.5 cent.) Op het werk begint alles nu ook op gang te komen. Ik ben verhuisd van mijn tijdelijke kamer naar een meer permanente, die ik moet delen met twee ``AiO's'', waarmee ik ook intensief samenwerk. De kamer is groot genoeg, maar niet erg licht. Het nieuws uit Nederland volg ik met meer dan gewone belangstelling, vanwege het hoge water. De ``Digitale Snelweg'' is duidelijk beter ontwikkeld dan drie jaar geleden. Zelfs de folders van de Nederlandse belastingdienst zijn digitaal te raadplegen. De belangrijkste nieuwsbron is de Nederlandse Teletekst op het Internet, die zelfs door de Zweden hier gebruikt wordt om de koers van hun kronen ten opzichte van echt geld te zien. Op 24 januari krijg ik bericht dat ik mijn werkvergunning kan afhalen. Dat doe ik op 31 januari. Met die verblijfs\-vergunning probeer ik me opnieuw in het bevolkingsregister in te schrijven. Helaas, ze hebben de vergunning op 11 januari gedateerd, zodat het tot 31 december minder dan een jaar is, zodat ze me niet inschrijven. Zucht. Volgens mij hebben ze ongelijk, maar ik heb geen tijd om lang te zeuren. Ik ga proberen die vergunning anders te laten dateren. (Noot uit de toekomst: een brief naar Invandrarverket, de instantie die zulke vergunningen uitgeeft, helpt niet. Ze merken op dat het bevolkingsregister niet hun zaak is, en dat ze me moeten inschrijven als ik langer dan een jaar blijf. Dat wist ik dus al. Inmiddels weet ik ook, dat je als EU-burger een vergunning voor vijf jaar kunt krijgen. Die ga ik nu proberen aan te vragen. Hopelijk komen ze niet met ``Ja maar, u heeft al een vergunning''.) De reden dat ik niet veel tijd heb, is dat ik het vliegtuig naar Hamburg moet halen. Van 1 tot 3 februari is namelijk in Kiel een bijeenkomst van een gedeelte van het Esprit-projekt REACT. Bengt is er ook, en nog een andere post-doc van Uppsala, Tsay, afkomstig uit Taiwan. Bengt klaagt dat de Zweedse AiO's niet willen reizen. Ik begrijp wel waarom niet: ze hebben het gewoon te druk. Niet alleen moeten ze onderzoek doen, ze volgen ook cursussen (zoals die ik in Link\"{o}ping gaf). Zo'n cursus is veel werk: artikelen lezen, opgaven maken, en als afsluiting vaak een stukje onderzoek. Het volgen van zulke cursussen is een voorwaarde voor promotie. Tenslotte worden ze ingeschakeld bij het geven van onderwijs: werkgroepen geven, tentamens nakijken, en zo. Regelmatig zitten ze hier tot acht, negen uur 's-avonds. (Ik ook, maar dan lees ik de Teletekst en het internationale spoorwegnieuws.) Na een week weg zijn ze meteen hopeloos achter. De secretaresse heeft de kaartjes voor Kiel geregeld. Omdat we al op vrijdag terugvliegen, kost het ticket ruim 1500 gulden! Daarvoor zitten we dan wel business class. We hebben nog wel gekeken of het met de trein kon, maar dat kostte echt teveel tijd. Als ze de Alfred Nobel (de nachttrein Stockholm-Hamburg) niet hadden opgeheven, dan hadden we die zeker genomen. Blijkbaar is het reisbudget in Uppsala ruim genoeg. (Ik hoorde dat in Eindhoven het budget zo laag geworden is, dat ze niet meer mogen vliegen als de reis binnen tien uur met de trein kan. Nou ja, dat deed ik toch al.) Ons treinkaartje vermeldt Hamburg Hbf.-Kiel, maar Bengt gelooft me onmiddelijk als ik zeg dat we beter een taxi naar Altona kunnen nemen. Dat scheelt inderdaad een uur. Na in het hotel te hebben ingecheckt, lopen we naar een bruin caf\'{e} om de hoek. Bengt bestelt, de kaart met twintig soorten bier negerend, ``Ein Bier''. 's-Ochtends zie ik aan het ontbijt de delegatie (vijf man) uit Twente. We bespreken de laatste ontwikkelingen rond het hoge water in Nederland. De Kieler Zeitung (hoe dat locale sufferdje in de lobby van het hotel precies heette ben ik vergeten) heeft er niet veel nieuws over te melden. We worden afgehaald door Willem-Paul de Roever, onze gastheer, een Nederlander die hoogleraar is in Kiel. In 20 minuten lopen we naar het gebouw waar de bijeenkomst gehouden wordt. De discussies zijn levendig, en alle voordrachten lopen minstens een kwartier uit, maar door de pauzes met een kwartier in te korten valt de schade mee. We eten in een restaurant in de buurt. 's-Avonds zijn we bij De Roever thuis uitgenodigd, waar zijn vrouw een magnifiek buffet heeft verzorgd. Na de lunch op vrijdagmiddag is de conferentie afgelopen. Bengt is al eerder teruggevlogen, want hij kreeg gasten thuis. Tsay en ik reizen met de groep uit Twente mee tot Hamburg. Dat denken we tenminste: zij hebben eerste klas kaartjes en dat willen ze weten ook. Wij vligen weliswaar business class, maar onze treinkaartjes zijn tweede klas. In Hamburg lopen we even de stad in---we hebben tijd genoeg. Ik probeer in een warenhuis een paar snelbinders te kopen, maar die hebben ze niet. (In Zweden keken ze ook al zo raar toen ik met mijn gesprongen exemplaar de fietsenwinkel binnenkwam met de vraag ``Hebbu van zukke?'' in het Zweeds. Eindelijk iets typisch Nederlands?) Nu Bengt ``we nemen wel een taxi'' er niet bij is, nemen we de S-bahn en de bus naar het vliegveld. Dat gaat uiterst makkelijk (als je tenminste vantevoren in het Duitse spoorboekje hebt gespiekt). Op het vliegveld koop ik twee flessen witte wijn. Niet alleen vanwege het prijsverschil met Zweden, maar ook omdat Systembolaget geen winkel bij mij in de buurt heeft, en nog steeds beperkt open is. Ze hebben in de praktijk nog steeds het monopolie. Er loopt nu een rechtszaak over, dus kennelijk hebben ze dat uiteindelijk met de EU niet echt goed geregeld. De week daarop word ik opgebeld door iemand van de vereniging die 's-zomers een museumtrein vanuit Uppsala laat rijden. Ik had ze geschreven dat ik actief lid wilde worden. Iedere tweede maandag van de maand hebben ze een bijeenkomst bij het station van Uppsala. Op 13 februari ga ik daar dus heen. Het zijn niet alleen maar oude heren, ook een paar jongeren. In de winter is er kennelijk niet zoveel activiteit. Ik stel mezelf voor, en stel voor dat ik me voorlopig tot wat buitenlandse PR beperk. Ik krijg een paar dagen later de voorlopige dienstregeling 1995 toegestuurd, waarom ik had gevraagd. Die is nu via het Internet beschikbaar (\verb+http://www.docs.uu.se/%7Erolandb/SJ/museum.html+). Iemand merkt op het werk op, dat ze vroeger wel eens op maandagavond na het werk bij elkaar kwamen voor een spelletje of zo. Ik antwoord dat maandagavond me niet zo goed uitkomt (zie boven), maar dat ik wel graag badminton zou willen spelen. Dat was niet helemaal de bedoeling (ze dachten meer aan Scrabble en Monopoly en zo), maar er blijken meer gegadigden voor badminton te zijn. Inmiddels spelen we iedere woensdagochtend met een harde kern van vier (een Chinees, een Brit, een Deen en ik), en meestal nog een paar meer. De meeste zijn van mijn niveau, twee zijn er duidelijk beter. Vooral Kim Larsen, de Deen, die een half jaar te gast is, speelt sterk. Er is een speciale badmintonhal (aan het andere eind van de stad, maar ik kan meestal met Kim meerijden), waar ze ook rackets verkopen en repareren. Na drie keer achter elkaar dezelfde snaar te hebben gebroken, ga ik nu een beter racket kopen. Er is ook twee keer op maandagavond iets gespeeld, waarvan ik \1\ keer heb meegedaan (voor Scrabble is mijn Zweeds beslist nog onvoldoende), maar de laatste weken heb ik daar niets meer van vernomen. Het werk begint inmiddels wel druk te worden. Zowel de groep waar ik bij werk als de groep Logisch Programmeren hebben een aantal interessante voordrachten gepland. Verder zijn we aan een artikel bezig, dat voor 1 maart af moet. En tenslotte is er van 22 tot 25 februari een REACT-meeting in Tampere. Daar was ik graag eens met de dagboot heen gegaan, maar ja, weer geen tijd. Misschien deze zomer? Op zondagochtend terugvliegen gaat helaas ook niet: er is dan geen vlucht van Tampere direkt naar Arlanda, en die via Helsinki is volgeboekt. Ik besluit heen te vliegen en terug te varen. Eerst beweert het reisbureau dat een enkele reis meer kost dan een retour over het weekend (wie is hier gek?), maar tenslotte wordt er een vlieg-vaar-biljet ontdekt: ik kan op dinsdagavond heen vliegen en op zaterdagavond met de nachtboot terug. Het was de bedoeling dat vijf man uit Uppsala naar Tampere zouden reizen. Tsay is al op maandagavond vertrokken met de nachtboot: hij bezoekt een collega in Turku. Op dinsdagochtend wordt de hele afdeling bij elkaar geroepen voor een tragisch bericht: er is een collega plotseling overleden. Haar man werkt ook op het instituut. De anderen besluiten onder deze omstandigheden in Uppsala te blijven. Daardoor vlieg ik dus 's-avonds alleen naar Tampere. In het hotel moet ik Tsay vertellen wat er gebeurd is. Oorspronkelijk zouden Bengt en Lars (\1\ van mijn kamergenoten) presentaties geven. Tsay kan de voordracht van Bengt overnemen (hij heeft zelfs de slides bij zich), en ik die van Lars. De conferentie is weer uitstekend verzorgd. Het hotel in het centrum van de stad is luxe. De bijeenkomsten zijn op de campus buiten de stad, en iedereen heeft een busabonnement gekregen bij het inchecken. De lunches (lopend buffet) worden verzorgd door het studenten-restaurant, zeggen ze, maar de kwaliteit is uitstekend. Donderdagavond wandelen we na de laatste lezing naar een sauna, een 20 min.\ van de campus aan een meer. Behalve van de sauna genieten we daar ook weer van een prima maaltijd. De moedigsten kunnen vanuit de sauna over een beijzeld paadje naar een wak in het meer lopen om af te koelen, maar daarvoor heb ik feestelijk bedankt, ook al omdat ik door de combinatie van een aangeboren lage bloeddruk, een volle maag en de sauna enigszins duizelig werd. Voor de deelnemers die om het ticket goedkoop te houden pas op zondag terugvliegen, is er op zaterdag een uitstapje georganiseerd, waaraan ik ook kan deelnemen. Uiteindelijk zijn we met z'n achten (inclusief de twee Finse begeleiders), zodat we precies in twee auto's passen. We rijden naar Seitseminen, een nationaal park anderhalf uur van Tampere. Daar krijgen we eerst in het bezoekerscentrum een diavoorstelling (met Engelse tekst). Daarna rijden we naar een halfopen hut, waar we koffie drinken en boven een open vuur worstjes roosteren. Tenslotte wandelen we twee kilometer door het park. Op de meeste plaatsen is de sneeuw hard genoeg, maar soms zakken we ineens tot onze knie\"{e}n weg. Terug in Tampere laat ik me bij de kathedraal afzetten, om vandaar naar het station te lopen. De trein naar Turku is niet erg vol. Vrijdag- en zondagavond zijn waarschijnlijk meer populair. Het is windstil op zee. Niet dat dat er veel toe doet: die veerboten tussen Zweden en Finland zijn zo groot dat ze nauwelijks kunnen schommelen. Met het dunne laagje ijs dat er ligt hebben ze ook geen enkel probleem. Op de boot is een behoorlijke keus aan restaurants. Ik kies een lopend buffet, wat ik me prima laat smaken. Zelfs de wijn is inbegrepen. Hun winst halen ze kennelijk uit de verkoop van sterkere dranken, waar ze af en toe mee langskomen. Ik kijk nog wat rond in de tax-free shops, maar koop uiteindelijk niets. Oorsponkelijk zou ik de hut delen met een collega, maar die is er nu niet. Met een tweepersoonshut voor mij alleen heb ik dus alle ruimte. We zijn keurig op tijd aan in Stockholm. Ik loop naar het metrostation langs het oude havenstation, waar de afdeling Stockholm van de Zweedse spoorwegclub haar wekelijkse bijeenkomsten houdt. In Uppsala neem ik niet de moeite eerst naar huis te gaan: ik neem direkt de bus naar de universiteit om aan het artikel verder te werken. Het is gelukt het artikel op tijd af te krijgen. Over de kwaliteit ben ik matig tevreden: het is mij een beetje te veel haastwerk geworden. Nu kunnen we alles wat in de afgelopen weken is blijven liggen gaan opruimen. Van 24 maart tot 3 april komt moeder me opzoeken. Ik heb inmiddels voldoende folders bij elkaar gegraaid om een redelijk programma op te zetten, hoewel de meeste toeristische attrakties nog gesloten zijn. Toevallig heeft een andere vereniging van treinenhobbyisten op 1 april (hopelijk geen grap) een rit geboekt over ``onze'' museumlijn, waaraan ook leden van onze club kunnen deelnemen. Misschien ben ik in mei een week in Nederland. In juni komen Bert Swartsenburg en zijn vriendin een paar weken vakantie houden in Zuid-Zweden; ze komen ook een paar dagen bij mij langs. Niet lang daarna ga ik zelf met de trein op reis door Finland, samen met enkele kennissen van het Internet (en \1\ uit Eindhoven). Dus voor wie nog langs wil komen: de tweede helft van juli en augustus staan nog open. Wie weet tot ziens, Roland \end{document}